Op vrijdag 4 september jl. vond een webinar plaats met als onderwerp “OECD No. 21 Position paper: Possible influences of sponsors on conclusions of GLP studies”,  waarin het recent gepubliceerde OECD No. 21 Position paper nader werd toegelicht door Maaike van Dooren, werkzaam bij Charles River Laboratories Nederland.

De video gemaakt tijdens deze webinar is op het ledengedeelte (Login) van deze website te bekijken via deze link.

Onder leiding van Maaike werden we vlot door het position paper heen geloodst met eerst een uitleg over het doel, de context en de reikwijdte van de richtlijn, de verantwoordelijkheden van de betrokkenen bij het onderzoek en de verschillende manieren waarop de sponsor direct of indirect invloed kan uitoefenen op de uitvoer van het onderzoek.

Uit de aangevoerde context bleek dat de invloed van de sponsor op de resultaten van diverse uitgevoerde GLP-studies soms onevenredig groot was, waardoor de studieresultaten onbetrouwbaar waren. Zo was gebleken dat de sponsor een eigen GLP-testfaciliteit gebruikte in plaats van een gecertificeerde GLP-testfaciliteit, dat de sponsor rechtstreeks contact opnam met de GLP-testfaciliteit in plaats van met de Study Director (studieleider) en dat studieresultaten/rapportages door de sponsor werden veranderd zonder dat de studieleider daar van op de hoogte was of het daar mee eens was.

Op grond van bovenstaande voorbeelden kregen de GLP-inspecteurs het vermoeden dat sponsoren mogelijk hun positie misbruikten om invloed uit te oefenen op het uitgevoerde onderzoek en de resultaten daarvan. OECD No. 21 beoogt dan ook de verwachtingen wat betreft de relatie tussen de sponsor en de testfaciliteit te verduidelijken en te verhelderen.

Vervolgens werd stil gestaan bij de verschillende verantwoordelijkheden van de partijen die betrokken zijn bij de uitvoer van het GLP-onderzoek:

  • De sponsor die de studie initieert en ondersteunt met financiële en/of andere middelen en de studie indient bij de regelgevende instanties.
  • De Study Director, werkzaam bij de testfaciliteit, die eindverantwoordelijk is voor de wetenschappelijke validiteit van een studie en de “single point of control” is.
  • Het management van de testfaciliteit dat de formele verantwoordelijkheid voor de organisatie en het functioneren van de testfaciliteit heeft, in lijn met GLP-richtlijnen.

 

 

Daarna kwamen voorbeelden van directe invloed van de sponsor aan bod, zoals het feit dat de sponsor en de testfacilitie(s) tot dezelfde organisatie behoren. Dit kan wel maar dan moet de communicatie tussen de Study Director en de Principal Investigator (PI) wel goed vastgelegd worden en het moet vermeden worden dat de sponsor direct contact heeft met de PI waarbij de Study Director wordt buitengesloten. Het kan ook voorkomen dat personeel van de sponsor fungeert als studiepersoneel in de testfaciliteit. Dit is in principe prima zolang maar duidelijk is gedocumenteerd dat dit personeel onder toezicht van de testfaciliteit werkt, dat het personeel deugdelijk getraind is in GLP en de relevante SOPs van de testfaciliteit en dat de betrokkenheid van het sponsorpersoneel beschreven staat in het studieplan/Protocol en de rapportage.

Voorbeelden van indirecte invloed van de sponsor waren het feit dat testfaciliteiten zijn gekozen door de sponsor in plaats van door het management van de testfaciliteiten, waardoor de kans bestaat dat er directe communicatie bestaat tussen de sponsor en de PI, waardoor de SD buiten spel gezet wordt. Ook kan het voorkomen dat de sponsor een concept-rapport leest en becommentarieert voordat het rapport finaal is waardoor de mogelijkheid bestaat dat de sponsor veranderingen in het rapport aanbrengt waar de SD het niet mee eens is maar waar hij of zij wel in mee moet gaan omdat de sponsor en/of de testfaciliteit hier financieel belang bij heeft. Het kan zelfs zo zijn dat de sponsor de finalisatie van het rapport vertraagt door middel van eindeloze discussies of zich zodanig opstelt dat het rapport nooit meer wordt gefinaliseerd, in de doofpot terecht komt. Bij de uitvoer van audits door de sponsor wordt wel gezien dat de klant de rol van de interne QA van de testfaciliteit op zich neemt, terwijl het wel de bedoeling is dat alle deviaties worden gedocumenteerd en opgevolgd door het interne kwaliteitssysteem van de testfaciliteit. Soms komt het voor dat de sponsor besluit om een studie voortijdig te beëindigen zonder dat dit voldoende wordt gecommuniceerd en gedocumenteerd in een studieplan amendement en het Master Schedule en de resultaten tot dusver te rapporteren. Soms wordt een rapport heropend om aanvullende data in een amendement op te nemen. Wanneer dit zo is, moet er een duidelijke rechtvaardiging hiervoor in het amendement staan en wanneer nieuwe resultaten gevolgen hebben voor de conclusie moet dat ook helder worden beschreven. Volgens de visie van sommige inspectoraten zou het beter zou zijn om deze aanvullende data in een nieuwe studie analyse uit te voeren en te rapporteren.

Op basis van het voorgaande is duidelijk waar de meerwaarde van dit OECD No. 21 ligt: er wordt verduidelijkt wat de GLP-vereisten zijn waar het de relatie tussen de sponsor en de testfaciliteit(en) en de documentatie daaromtrent betreft. Verder maakt dit document het mogelijk om de sponsorinvloed op studies rechtstreeks aan te pakken, versterkt het de onafhankelijkheid van de SD en is het een waardevol document voor training van de SD. Bij dit alles gaat het om de 3 toverwoorden uit de GxP: transparantie, communicatie en documentatie. De gang van zaken tijdens de uitvoer van de studie moet gereconstrueerd worden.

Dit webinar was goed bezocht met 25 deelnemers. Mensen die nog vragen hebben of feedback willen leveren op dit webinar of die ideeën hebben voor volgende webinars kunnen dat laten weten via een email naar Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken..

De video gemaakt tijdens deze webinar is op het ledengedeelte (Login) van deze website te bekijken via deze link.